Over doorstroming, ambities en de toekomst van jeugdopleiding Telstar
Interview met Hoofd Jeugdopleiding Rory Roubos
Roubos over doorstroming, ambities en de toekomst van jeugdopleiding Telstar
De jeugdopleiding van Telstar heeft de afgelopen jaren flinke stappen gezet. Nieuwe teams, meer structuur, intensievere samenwerking met de regio en meerdere spelers die de stap naar het eerste elftal maakten. Tijdens een uitgebreid gesprek blikt Hoofd Jeugdopleiding Rory Roubos terug én vooruit. Waar staat de opleiding nu? Hoe realistisch is structurele doorstroming? En waar moet Telstar over vijf jaar staan?
Een brede rol met één duidelijke opdracht
De functie van Rory Roubos is allesomvattend. Toch vat hij zijn opdracht helder samen.
“Mijn rol is het begeleiden en opleiden van stafleden en bewaken van het beleid in de breedste zin van het woord.
Maar onder alles ligt één duidelijke opdracht: ieder seizoen minimaal één speler afleveren aan het eerste elftal.”Dat is de kern. Alles daaronder is ondersteunend. “Er staat nergens dat we overal kampioen moeten worden. Onze opdracht is ontwikkelen. Als er structureel geen doorstroming is, ben je geen opleiding maar een jeugdcompetitie.”
Stip op de horizon
Naast de individuele doorstroming zijn er teamdoelstellingen.
“Met al onze teams willen we richting divisie 2. Maar dat vraagt tijd en geduld. Veel van onze teams bestaan voor de helft uit eerstejaars en voor de helft uit tweedejaars spelers. Onze O17 heeft bijvoorbeeld geen O16 eronder, dus daar spelen jongere jongens structureel tegen oudere tegenstanders.”
Volgens Roubos wordt er te snel geoordeeld op basis van uitslagen.
“Als je alleen naar het scorebord kijkt, mis je context. Ontwikkeling gaat niet lineair.”
De stip op de horizon ligt verder. “Als in 2030 zo’n 35 procent van de speelminuten in het eerste elftal wordt ingevuld door spelers die wij zelf hebben opgeleid, dan hebben we echt iets bijzonders neergezet.”
Het grootste misverstand: fysiek boven potentie
Volgens Roubos wordt jeugdontwikkeling vaak verkeerd beoordeeld.
“Het grootste misverstand is dat we te veel kijken naar het lichaam en te weinig naar potentie. Een speler die fysiek vroeg ontwikkeld is, heeft voordeel in de jeugd. Maar zodra iedereen is uitgegroeid, kan dat voordeel verdwijnen.”
Daarom kijkt Telstar bewust naar biologische leeftijd. “We hebben spelers die chronologisch 16 of 17 zijn, maar biologisch nog op het niveau van een 14- of 15-jarige zitten. Die spelen soms tegen dispensatiespelers van 18. Dan zie je dat ze tekortkomen. Maar wat gebeurt er over drie of vier jaar?”
Daar ligt volgens hem enorme waarde.
“Goede spelers op dat moment ziet iedereen. Maar wie ziet wie er over twee jaar staat?”
Professionalisering: betere trainers zorgen voor betere spelers
De grootste winst zit volgens Roubos in het begeleiden van trainers.
“Ik zeg vaak: betere trainers zorgen voor betere spelers. We werken met vaste dag-, week- en jaarplanningen. Trainers leveren hun trainingen vooraf in. We begeleiden ze in alle facetten: van voorbereiding tot evaluatie.”
Daarnaast werkt de opleiding met trainer-coachprofielen. “Niet elke speler reageert hetzelfde. De één gaat beter spelen als je hem publiek coacht, de ander klapt dicht. De één wil alleen het wedstrijdelement, de ander wil uitleg en onderbouwing. Door dat te herkennen, differentieer je.” Die bewustwording is cruciaal. “Als je weet hoe iemand leert en presteert, haal je het maximale uit hem.”
O15 als fundament voor de toekomst
Dit seizoen werd de O15 toegevoegd aan de opleiding.
“Zo kunnen we spelers vanaf hun dertiende in onze structuur begeleiden. Daarnaast mogen we ons officieel pas opleiding noemen als we vier teams hebben.”
De invoering kwam snel tot stand, mede door een verplichting vanuit de KNVB.
“We hebben bewust gekozen om samen te werken met een regioclub en een bestaand team met staf over te nemen. Zo konden we zorgvuldig starten.”
Voor nog jongere teams is het volgens hem nog te vroeg.
“De komende vijf jaar ligt de focus op professionaliseren. Eerst zorgen dat de basis stevig staat.”
Regionale samenwerking als ruggengraat
Telstar werkt samen met meerdere regioclubs binnen een straal van ongeveer zes kilometer.
“We organiseren bijeenkomsten, werken samen met de KNVB en hebben een Telstar Talententraject. Met een regiocoördinator bezoeken we clubs, begeleiden we trainers en blijven we in contact.”
Volgens Roubos is de samenwerking inmiddels sterk. “We weten elkaar goed te vinden. Maar het moet nog beter verankerd worden in het beleid van de club. Of het onder sportief of maatschappelijk valt, maakt minder uit, als het maar structureel is.”
Faciliteiten en topsportklimaat
Doorstroming vraagt meer dan alleen visie. “We zitten nu verspreid over meerdere locaties. Idealiter hebben we één centrale plek. Daarnaast heb je specialisten nodig, de juiste mensen op de juiste positie.” Sinds kort werkt de O21 met GPS-systemen.
“We zijn gestart met data-analyse via GPS. Dat is een belangrijke stap. Andere clubs hebben complete performance- en data-afdelingen. Wij bouwen dat stap voor stap op.”
Volgens Roubos hangt alles samen.
“Zonder faciliteiten, begeleiding en kansen kun je geen doorstroming verwachten.”
Debuteren is niet voldoende
De definitie van succes is aangescherpt. “In vijf jaar tijd hebben 18 spelers gedebuteerd. Dat klinkt fantastisch. Maar soms was dat twee of drie minuten. Dat willen we niet meer als succes tellen.” Nu telt een speler pas als hij wordt overgeheveld en een contract verdient.
“Als je zo kijkt, komen we precies uit op die ene speler per seizoen. En dat is onze opdracht.”
Cultuur: strijdlustig, saamhorig en duidelijk
Binnen de opleiding spelen de kernwaarden een grote rol. “Strijdlustig betekent 100 procent inzet. Saamhorig betekent dat we het samen doen. Spraakmakend betekent hoe je omgaat met fouten: blijf je hangen in teleurstelling of ga je door?” De kernwaarden komen terug in trainingen, evaluaties en rapportages. “Ze staan op alle formulieren. In POP-gesprekken komen ze terug. Zo blijven ze zichtbaar en levend.”
De cultuur omschrijft hij als familiair.
“Doe maar normaal, dan doen we al gek genoeg. Maar wel met ambitie.”
Waar moet Telstar over vijf jaar staan?
Roubos hoeft niet lang na te denken.
“Over vijf jaar moeten we nog professioneler zijn. Meer doorstroming, betere faciliteiten, duidelijk herkenbaar in de regio. En structureel meedoen op hoger niveau.”
Maar ook de zichtbaarheid moet beter. “Wij vinden veel dingen normaal. Maar van buitenaf weet niet iedereen waar we mee bezig zijn. Misschien moeten we maandelijks delen wat er gebeurt: nieuwe instroom, ontwikkelingen, successen.”
Volgens hem hoort dat bij ambitie. “Als er straks meerdere spelers vanuit de regio instromen of doorbreken, moeten we dat uitstralen. Dat is waar je het voor doet.” “Uiteindelijk wil je dat een speler die hier binnenkomt als dertienjarige, vijf of acht jaar later zegt: dit is de plek waar ik echt ben gevormd. Als voetballer, maar ook als mens. Als dat lukt, dan hebben we het goed gedaan.”
En precies daar ligt de kern van de opleiding: niet alleen bouwen aan spelers, maar aan de toekomst van de club.